|
Yoga
Als de geest niet naar buiten gericht is beschouwd hij het bewustzijn zelf
Yoga sutra van Patanjali 4:22
In de yoga sutra's beschrijft Patanjali het achtvoudig pad van yoga waarvan het uiteindelijke doel is verlichting te bereiken.
Dit achtvoudig pad bestaat uit:
Yama's (Onthoudingen) 1. Ahimsa (geweldloosheid) 2. Satya (waarheidlievendheid) 3. Asteya (niet stelen) 4.Brahmacharya (Zelfcontrole) 5.Aparigraha (begeerteloosheid)
Niyama's (Voorschriften) 1. Sauca (Zuiverheid) 2. Santosha (Tevredenheid) 3. Tapah (verdragen van pijn en plezier als zijnde gelijk) 4. Svadhyaya (Zelfstudie) 5. Ishvara-Pranidhana (Overgave aan God)
Asana's (Lichaamshoudingen) De Asana's dienen om het lichaam soepeler te maken waardoor de energiedoorstroming beter kan plaatsvinden.
Pranayama (Energie-beheersing) De pranayama oefeningen zijn bedoeld om meer beheersing over de energie stroming te verkrijgen.
Pratyahara (Terugtrekken van de zintuigen) Het veranderen van de richting van de zintuigen heeft betrekking op het naar binnen gaan richten van de zintuigen in tegenstelling tot het gebruikelijke naar buiten richten.
Dharana (Concentratie)
Dhyana (Meditatie)
Samadhi. Dit is een buitengewone Zijns ervaring, in vrede in het eeuwige zijn, in Bliss, Ananda. Samadhi kent verschillende fasen waarin verschillende ervaringen optreden. De uiteindelijke Samadhi is een staat voorbij alle ervaringen.
Yoga filosofie
Volgens de yogafilosofie bestaat alles uit energie. De energie kan verschillende vormen aannmenen overeenkomstig met de mate van verdichting van de energie. Energie kan verschijnen als massa (een bol) of als versnelling (een golf) en ook als een combinatie van beide. Energie begint een bol te worden doordat er plaatselijk botsingen optreden met andere energietrillingen. Elke botsing veroorzaakt een indruk (samskara). Als de snelheid van de energiestroom weer vermindert treedt er inwikkeling op. Hierdoor ontstaat subtiele begeerte (vasana) en hieruit ontstaat weer massa.
De drie guna's
De basis van de schepping is drievoudig te weten harmonie (sattva), activiteit (rajas) en inertie (tamas). Uit de combinatie van deze drie hoedanighedenvan de energietrilling ontstaat de verscheidenheid van de gemanifesteerde wereld.
Shiva en Shakti
Door ons heen stroomt de energie van de hemel (Shiva) en de energie van de aarde (Shakti) door de twee kanalen ida en pingala.
De drie lichamen
Ons wezen bestaat uit drie lichamen: Het causaal lichaam (Karana Sharira), het subtiel lichaam ( Suksma Sharira) en het grofstoffelijk lichaam (Sthula Sharira)
Bron: subtiele Anatomie, Ajita
|